... für unterwegs ... Kekse backen Die Villa Kunterbunt ... für's Kinderzimmer ... für deine Pippi-Party Weihnachten mit Pippi Weitere Figuren von Astrid Lindgren: Michel aus Lönneberga Die Kinder aus Bullerbü Karlsson vom Dach Madita Kalle Blomquist Ferien auf Saltkrokan Ronja Räubertochter Kati Mio, mein Mio Die Brüder Löwenherz Krachmacherstraße Kerstin und Barbro Britt-Mari Rasmus + der Landstreicher Rasmus, Pontus und der Schwertschlucker Kurzgeschichten und Märchen |
« eine Seite zurückhopsen | auf zur Weltkugel-Karte » Pippi Langkous![]() Pippi Langkous (Pippi Langstrumpf in Holland) Und hier kannst du die ersten Zeilen aus dem holländischen Buch lesen: Pippi verhuist naar Villa Kakelbont Aan de buitenkant van het kleine stadje lag een oude verwaarloosde tuin. In die tuin stond een oud huis en in het huis woonde Pippi Langkous. Ze was negen jaar en ze woonde daar helemaal alleen. Geen vader en geen moeder had ze. Dat was eigenlijk heel prettig, want zo was er niemand die tegen haar kon zeggen dat ze naar bed moest, net wanneer ze de meeste pret had. En niemand die haar kon dwingen levertraan te nemen als ze veel liever toffees wilde hebben. Vroeger had Pippi wel een vader gehad van wie ze erg veel hield. En ja, ze had natuurlijk ook een moeder gehad, maar dat was zo lang geleden dat ze zich er niets meer van herinnerde. Haar moeder was gestorven toen Pippi nog maar heel erg klein was en nog in de wieg lag. Ze schreeuwde toen zo verschrikkelijk, dat niemand in de buurt kon blijven. Pippi geloofde vast dat haar moeder nu boven in de himel was en door een klein gaatje naar haar kleine meisje keek. Pippi wuifde vaak naar haar en zei dan: "Wees maar niet bang, ik red me wel!" Pippi was haar vader niet vergeten. Hij was kapitein en voer op de grote zeeen en Pippi had met hem meegevaren op zijn boot, totdat haar vader bij een storm overboord was gewaaid en verdwenen. Maar Pippi was er heel zeker van dat hij op een dag zou terugkomen. Ze geloofde helemaal niet dat hij verdronken was. Ze geloffde dat hij was aangespoeld op een eiland waar een heleboel negers woonden, en dat haar vader koning was geworden over al die negers en de hele dag rondliep met een gouden kroon op zijn hoofd. "Mijn vader is een negerkoning," zei Pippi altijd heel trots. "Er zijan heus niet veel kinderen die zo'n vader habben, en als mijn vader maar een boot kan bouwen dan komt hij mij halen en dan word ik negerprinses! Hoera, wat leuk!" Bild + Text stammen aus diesem Buch:
|
![]()
| |||||||||||||||||||